Weidevogelboer een zwaar beroep
Nederland telt duizenden boeren met weidevogels. Ook op onze boerderij in de Kop van Overijssel boeren we nadrukkelijk met de weidevogels. Om te zien hoe dit werkt, kwamen dit voorjaar tientallen weidevogeldeskundigen, weidevogelliefhebbers en bestuurders van de provincie Overijssel kijken. Binnen een half uur was duidelijk hoe lastig het is om met weidevogels te boeren.
Van de 8 gruttonesten die we even snel zouden inspecteren, waren er al vier opgevreten door een hermelijn. Op slechts drie van de 11 tureluurnesten die waren gemarkeerd, werd nog gebroed. Deze nesten waren voor een gedeelte opgevreten door hermelijnen en voor een ander deel ten prooi gevallen aan een buizerd. De buizerd en de hermelijn zijn slechts twee van de 22 natuurlijke predatoren die de weidevogels bedreigen, vertelde weidevogeldeskundige Henk Spijkerman.
Moeiteloos somt de weidevogelgoeroe alle predatoren op. Het gaat niet alleen om de vos, sperwer, bruine kiekendief, havik, egel, bunzing, steenmarter, kraai, kauw, roek, raaf, ekster, ooievaar en reiger. Ook krijgen veel te veel honden en katten van hun eigenaren de gelegenheid om de weilanden af te stropen. Bovendien vertrappen en bevuilen talloze groepen overzomerende ganzen (brandganzen, Canadese ganzen, nijlganzen en kolganzen) het gras. Dit is voor de meeste weidevogels ook uitermate vervelend, zeker als ze kuikens hebben.
Boeren met weidevogels is een groot feest als je succesvolle legsels hebt. Het is uitermate teleurstellend als je ziet dat de natuurlijke predatoren het riant winnen van de weidevogels. Beleidsmakers denken doorgaans teveel in termen van maakbare natuur. Daarom sturen ze de boeren het veld in om de weidevogels te redden. Daarbij gaan ze volledig voorbij aan die natuur zelf.
Als beleidsmakers echt iets willen doen aan de weidevogelstand, dan moeten ze keuzes maken voor echte weidevogelgebieden. In weidevogelgebieden moet dan vooral het aantal predatoren sterk worden teruggedrongen. Dit betekent bijvoorbeeld dat er in deze gebieden gedurende het broedseizoen geen plaats is voor de vos en ooievaar.
Ook andere maatregelen om het aantal predatoren terug te dringen zijn eenvoudig te nemen, maar geen bestuurder wil de krant in als ooievaarhater of vossendoder. Welke bestuurder durft echte keuzes te maken? Liever sturen ze de boeren met een kluitje in het riet of de weidevogelbeschermer met een paar stokjes het veld in.
De natuur geeft veel meer antwoorden dan beleidsmakers kunnen bedenken. In die natuur zag ik vorige week nog ongeveer 20 grutto’s panikeren boven een gruttonest. Soms sloegen ze de vleugels uit en soms maakten ze een zweefduik naar beneden. Niet alleen de twee eigenaars van het nest waren in rep en roer. Alle soortgenoten hielpen Ongemerkt dacht ik even aan de burenhulp op het platteland.
In de volle overtuiging dat er iets aan de hand was rende ik een paar tel later naar het gruttonest. Een hermelijn rende weg. Hij kroop in een holletje langs de sloot. Twee grutto-eieren waren weg, een derde was al aangevreten. De rust keerde terug. Ook dit gruttopaartjes heeft dit jaar niet voor nakomelingen kunnen zorgen. Wel hebben ze hiervoor een vliegreis (door een aswolk) van 8.000 kilometer moeten maken. Weidevogel zijn is ook een zwaar beroep.
Cor Pierik
Veehouder in Genemuiden en
onderzoeker bij het Centraal Bureau voor de Statistiek